FOKREGELEMENT

Introductie
​
Dit fokreglement is opgesteld door de fokcommissie van de Silken Windsprite Vereniging Nederland (S.W.V.N.). Het reglement heeft tot doel het waarborgen en bevorderen van de gezondheid, het welzijn en de genetische diversiteit van het ras Silken Windsprite.
Bij de totstandkoming van dit reglement zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest:
-
Het fokken van gezonde pups, onder meer door het testen van ouderdieren op relevante genetische aandoeningen en het uitsluiten van ouderdieren met meer dan toevallige aantallen van bepaalde erfelijke ziekten binnen hun lijn;
-
Het behoud en vergroten van de genetische diversiteit binnen de populatie, onder andere door het nastreven van een zo laag mogelijke inteeltcoëfficiënt (COI);
-
Het zoveel mogelijk afstemmen van gezondheidseisen op die van buitenlandse zusterverenigingen, teneinde internationale samenwerking en genetische uitwisseling te faciliteren.
Artikel 1. Gezondheidsonderzoeken
1.1. Identificatie en registratie van afstamming
De fokcommissie hecht groot belang aan de volledige identificeerbaarheid van alle fokdieren en aan de verifieerbaarheid van hun afstamming. Om die reden dient ieder fokdier te beschikken over een geldig DNA-afstammingscertificaat, opgesteld conform de ISAG 2006- of ISAG 2020-norm, zodat zowel identificatie als afstammingscontrole op uniforme en internationaal erkende wijze kan plaatsvinden.
Van pups die onder auspiciën van de S.W.V.N. worden gefokt, wordt eveneens een DNA-afstammingscertificaat verstrekt, dat samen met de stamboom aan de koper wordt overhandigd vóór overdracht van de pup.
Dit beleid draagt bij aan:
-
transparantie richting pupkopers;
-
het voorkomen van onjuiste of vervalste afstammingsgegevens;
-
bescherming tegen erfelijke aandoeningen;
-
het beperken van inteelt;
-
bescherming van kopers tegen fraude.
1.2. Verplichte genetische gezondheidsonderzoeken (MDR1 en CEA)
Alle fokdieren dienen, vóór inzet in de fokkerij, getest te zijn op de genetische aandoeningen MDR1 en CEA.
De testresultaten worden gebruikt om paringen zodanig samen te stellen dat bij de nakomelingen geen genetisch aangedane pups worden geboren en dragerschap zoveel mogelijk wordt beperkt.
Ouderhonden die drager zijn van MDR1 en/of CEA (genotype +/-) mogen uitsluitend worden gepaard met een ouderhond die aantoonbaar vrij is van het betreffende genetische defect (genotype +/+ respectievelijk N/N). Paringen tussen twee dragers van hetzelfde genetische defect zijn niet toegestaan.
Honden waarvan beide ouders aantoonbaar vrij zijn van MDR1 ( +/+ ) en CEA ( N/N ) hoeven niet opnieuw te worden getest. Deze honden worden aangeduid als vrij door ouders of vrij door ouders, bewezen door afstamming. Deze status geldt eveneens voor daaropvolgende generaties.
1.3 Cardiologisch onderzoek
Alle fokdieren dienen, vóór eerste inzet in de fokkerij, een cardiologisch onderzoek te hebben ondergaan door een erkend specialist. Dit onderzoek kan plaatsvinden vanaf een minimumleeftijd van 16 maanden.
Indien bij een jaarlijkse dierenartscontrole een afwijkende hartauscultatie wordt vastgesteld, dient het cardiologisch onderzoek opnieuw te worden uitgevoerd, aangezien hartafwijkingen zich ook op latere leeftijd kunnen ontwikkelen.
1.4. Aanbevolen aanvullende gezondheidsonderzoeken
Naast de verplichte onderzoeken verdient het sterke aanbeveling om een uitgebreide DNA-test te laten uitvoeren.
Een dergelijke DNA-test omvat bij voorkeur:
-
screening op 200 of meer minder vaak voorkomende genetische aandoeningen;
-
analyse van fenotype en uiterlijke kenmerken, waaronder vachtkleur en eventuele verdunningsfactoren;
-
beoordeling van de genetische diversiteit van het fokdier.
Het uitvoeren van een uitgebreide DNA-test verhoogt de voorspelbaarheid van fokcombinaties en draagt bij aan het structureel verbeteren van de gezondheid van het ras.
Bij voorkeur wordt deze uitgebreide DNA-test aangevuld met een haplotype-analyse. Deze relatief recente ontwikkeling binnen genetisch onderzoek wordt gezien als een veelbelovende aanvulling in het voorkomen van auto-immuunziekten binnen het ras.
DNA-testen van onder meer Embark en Feragen worden vanwege hun uitgebreide testpakketten aanbevolen. Indien gebruik wordt gemaakt van Feragen dient er rekening mee te worden gehouden dat de CEA-test niet standaard in het pakket is inbegrepen en afzonderlijk moet worden aangevraagd.
- https://shop.embarkvet.com/products/embark-dog-dna-test-kit
- https://shop.feragen.at/en/products/dogcheck
Artikel 2. Fokgoedkeuring en erkenning van fokkers
Om te mogen fokken onder auspiciën van de S.W.V.N. dient een fokker te beschikken over een door de Raad van Beheer erkende kennelnaam.
Het voeren van een kennelnaam getuigt van verantwoordelijkheid en transparantie binnen de fokkerij. Kennelnaamhouders onderscheiden zich door het naleven van vastgestelde normen met betrekking tot dierenwelzijn, huisvesting, verzorging en administratie.
De fokker dient onder meer te beschikken over:
-
adequate en hygiënische huisvesting;
-
de mogelijkheid om loopse teven te scheiden van aanwezige reuen;
-
een geschikte, veilige en rustige kraamomgeving;
-
voldoende ruimte voor de moederhond om zich vrij te bewegen en zich zo nodig aan de pups te onttrekken;
-
kennis van en aandacht voor correcte socialisatie van pups;
-
inzicht in en naleving van de administratieve verplichtingen rondom de fokkerij.
Daarnaast is iedere fokker, ongeacht of deze hobbymatig of bedrijfsmatig fokt, verplicht zich te registreren bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en te beschikken over een geldig Uniek Bedrijfsnummer (UBN).
Elke fokker dient zich eenmalig te registreren bij de Raad van Beheer. Deze registratie is ook verplicht indien slechts één nest wordt gefokt.
Alle voorgenomen dekkingen dienen voorafgaand aan de dekking ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de fokcommissie.
Artikel 3. Genetische variabiliteit en populatiebeleid
3.1. Open stamboek
​
Gezien de relatief beperkte populatie Silken Windsprites in Nederland streeft de S.W.V.N. actief naar samenwerking over verenigings- en landsgrenzen heen.
De vereniging hanteert een open stamboek en accepteert alle door de Raad van Beheer erkende stambomen, mits wordt voldaan aan de gezondheidseisen van dit reglement.
3.2. Verbod op lijnteelt en inteelt
Bij het samenstellen van fokcombinaties dient de inteeltcoëfficiënt zo laag mogelijk te worden gehouden.
De volgende paringen zijn niet toegestaan:
-
ouder × nakomeling;
-
grootouder × kleinkind;
-
broer × zus;
-
halfbroer × halfzus.
3.3. Terugkruising / Uitkruising
Paringen met het ras Whippet zijn in beginsel toegestaan.
De gezondheid van het Silken Windsprite-ras heeft te allen tijde prioriteit. Om die reden sluit de fokcommissie gecontroleerde terugkruisingen of uitkruisingen niet volledig uit, maar deze zijn uitsluitend toegestaan na voorafgaande goedkeuring door de fokcommissie.
Verdere kruisingen met het ras Barzoi worden, uit respect voor het ras Silken Windhound, niet wenselijk geacht.
Bij de beoordeling van uitkruisingen wordt niet uitsluitend gekeken naar het percentage vreemd bloed, maar ook naar functionele, genetische en gezondheidsgerelateerde aspecten.
3.4. Import van fokdieren en genetisch materiaal
De fokcommissie stimuleert internationale samenwerking ter vergroting van de genetische variatie binnen de populatie.
Import en export van pups en sperma kunnen een waardevolle bijdrage leveren aan een gezonde fokbasis. De fokcommissie ondersteunt leden desgewenst bij selectie, beoordeling en contact met buitenlandse fokkers.
Buitenlandse stambomen en fokgoedkeuringen worden geaccepteerd, mits wordt voldaan aan alle gezondheidseisen van de S.W.V.N.
Artikel 4. Eisen aan ouderdieren en pups
4.1 Moederhond
De minimumleeftijd van de moederhond bedraagt 22 maanden op de dag van de dekking. De moederhond dient ten minste één loopsheid te hebben doorgemaakt.
De maximumleeftijd bedraagt 72 maanden bij een eerste dekking en 96 maanden bij de laatste dekking.
Een moederhond mag maximaal één nest per kalenderjaar voortbrengen en niet meer dan vier nesten gedurende haar leven.
Verplichte voorwaarden voor de moederhond:
-
geldige MDR1- en CEA-testresultaten;
-
een geldig cardiologisch onderzoek;
-
een door de Raad van Beheer erkende stamboom of aankeuringsbewijs;
-
een door de S.W.V.N. uitgevoerde fokgeschiktheidskeuring, waarbij exterieur, gedrag en gezondheid worden beoordeeld.
4.2. Vaderhond
De minimumleeftijd van de vaderhond bedraagt 16 maanden op de dag van de dekking. Voor de vaderhond geldt geen maximumleeftijd.
Cryptorchide en monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
De S.W.V.N. wijst algemene dekreu-beperkingen af. Doorslaggevend zijn gezondheid, fenotype en temperament. Het aantal nakomelingen dat wordt ingezet voor de fokkerij wordt gemonitord om oververtegenwoordiging te voorkomen. Bij twijfel beslist de fokcommissie.
Gezondheids- en fokgegevens van nakomelingen worden geregistreerd om het fokbeleid actief te kunnen bijsturen.
De S.W.V.N. stelt haar dekreuen bij voorkeur ook beschikbaar aan andere verenigingen, onder voorwaarde van wederzijdse genetische uitwisseling.
Voor opname op de dekreulijst gelden de volgende eisen:
-
MDR1- en CEA-testresultaten;
-
een geldig cardiologisch onderzoek;
-
een door de Raad van Beheer erkende stamboom of aankeuringsbewijs;
-
een fokgeschiktheidskeuring door keurmeesters van de S.W.V.N.;
-
lidmaatschap van de S.W.V.N. door de eigenaar.
4.3. Oudercombinaties
Van beide ouderdieren worden de schofthoogtes vastgelegd; deze vormen geen uitsluitingscriterium.
Per oudercombinatie zijn maximaal twee nesten toegestaan. Herhaling van een combinatie is uitsluitend toegestaan indien:
-
zich binnen 24 maanden na geboorte van het eerste nest geen bewezen erfelijke problemen hebben voorgedaan;
-
het eerste nest niet groter was dan zeven pups.
Beide ouderdieren dienen te beschikken over een door de Raad van Beheer erkende stamboom.
Dubbele dekking tijdens één loopsheid is uitsluitend toegestaan na overleg met en goedkeuring door de fokcommissie.
4.4. Pups
Pups die onder de vlag van de S.W.V.N. worden gefokt, groeien op in een huiselijke omgeving.
De fokker draagt zorg voor optimale socialisatie, waaronder:
-
intensief menselijk contact;
-
contact met volwassen honden en andere (huis)dieren;
-
gewenning aan dagelijkse huishoudelijke prikkels;
-
gecontroleerde kennismaking met het openbare leven.
Alle pups worden vóór overdracht onderzocht door een dierenarts en zijn conform geldende veterinaire richtlijnen gechipt, ontwormd en gevaccineerd. Zij beschikken over een Europees dierenpaspoort.
De minimale leeftijd voor overdracht van pups bedraagt 8 tot 9 weken.
Artikel 5. Handhaving, uitzonderingen en sancties
5.1 Toezicht en handhaving
De naleving van dit fokreglement wordt gecontroleerd door de fokcommissie van de S.W.V.N. De fokcommissie is bevoegd om alle relevante documenten, testresultaten en gegevens op te vragen die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van een fokaanvraag of een reeds uitgevoerd nest.
​
5.2 Afwijkingen en uitzonderingen
In uitzonderlijke gevallen kan de fokcommissie gemotiveerd afwijken van bepalingen uit dit reglement, indien strikte toepassing aantoonbaar nadelig is voor de gezondheid of genetische diversiteit van het ras. Afwijkingen worden schriftelijk vastgelegd en zijn uitsluitend geldig na voorafgaande goedkeuring.
​
5.3 Sancties
​
Bij overtreding van dit reglement kan de fokcommissie één of meerdere van de volgende maatregelen opleggen:
· schriftelijke waarschuwing;
· tijdelijke of permanente uitsluiting van deelname aan fokactiviteiten onder auspiciën van de S.W.V.N.;
· verwijdering van de fokker of reu van de fok- of dekreulijst;
· melding aan het bestuur van de S.W.V.N. en, indien van toepassing, aan de Raad van Beheer.
Artikel 6 Bezwaar en beroep
Besluiten van de fokcommissie kunnen door een belanghebbende schriftelijk en gemotiveerd worden aangevochten bij het bestuur van de S.W.V.N. binnen 30 dagen na bekendmaking van het besluit.
Het bestuur neemt binnen een redelijke termijn een besluit. Tegen dit besluit staat geen verder beroep open binnen de vereniging.
​
Artikel 7 Vaststelling, wijziging en inwerkingtreding
Dit fokreglement wordt vastgesteld door de Algemene Ledenvergadering (ALV) van de S.W.V.N.
Wijzigingen van dit reglement kunnen uitsluitend worden doorgevoerd na goedkeuring door de ALV, op voorstel van het bestuur en/of de fokcommissie.
Dit reglement treedt in werking op de datum zoals vastgesteld door de ALV en vervangt alle eerdere versies van het fokreglement.
​
Aldus vastgesteld tijdens de algemene ledenvergadering van de Silken Windsprite Vereniging Nederland op 8 februari 2026.
De voorzitter, De secretaris
Marry Reijerkerk, Rita Gijsen
.png)